Dierenarts in hart en nieren.
Een blog over het wel en wee van de dierenarts en de dierenartspraktijk. Honden, katten, reptielen, cavia's en konijnen kunnen ziek worden en komen dan voor onderzoek, behandeling met een prikje of een pilletje. Ook operaties, röntgenfoto's echo, ecg en bloedonderzoek kunnen worden uitgevoerd. En natuurlijk orthopedie, want gewrichten en botten verdienen speciale aandacht.


Een fistel met onverwachte afloop

Met open mond staren ik, mijn assistente, het baasje en de dochter van het baasje naar de tien centimeter lange stok die naast de slapende Jack Russell terriër ligt. 

Bizar! 

Het verhaal begint een maand eerder. Mevrouw was met haar hondje aan het spelen in het park. Het spelletje dat ondertussen al zo'n slordige zeven jaar de favoriet van het wit-bruine beestje was. Verwachtingsvol naar het baasje opkijken, springen, een klein beetje janken en weer gaan zitten. Vragende ogen, een kort blafje, en kwispelen,.................. veel kwispelen.
Jack hield van stokken. Ermee slepen, erop kauwen en natuurlijk ook het apporteren. Dus gooide mevrouw al zeven jaar lang tijdens de grote ronde op het speelveld met een stok. En Jack apporteerde. 

Totdat een snerpende gil!!! 

Bij het zien van de bloedstroom die uit de geopende bek en uit een wond bij de hals liep was het baasje in paniek richting de dichtstbijzijnde dierenarts gesneld. Deze had een diepe keelinspectie onder narcose uitgevoerd. De verwonding in de keel, maar ook aan de huid in het nekgebied en zelfs een verwonding op de linkerschouder, waren de enige, zij het zeer forse afwijkingen. De wonden waren schoongemaakt en pijnstillers met antibiotica moesten de rest doen. Voor de controle kwam het baasje bij mij.  Jack had nog steeds koorts en de verwondingen in de hals en schouder gingen niet over. Opnieuw onder narcose en opnieuw een inspectie van de wonden, maar het vermoeden dat er wat restanten stokmateriaal aanwezig waren, werd niet bevestigd door het onderzoek. De verwonding was tot diep in de hals te volgen maar van vreemde materialen was er niets te voelen. De wond werd opgefrist en er werd een drain geplaatst.  Maar ook na deze behandeling wilde het probleem niet overgaan en nu,een week later, is Jack weer op het spreekuur. Opnieuw onderwerp ik het hondje aan een uitgebreid onderzoek. Ter hoogte van de schouder voel ik een hardheid. Zou het dan toch??? Terwijl ik Jack weer onder narcose breng en de dikte bevoel kan ik deze tot in de operatiewond volgen. Ik wrijf met mijn vingers wat herstelweefsel uit de wond weg. Dat wat eerder aan de waarneming was ontgaan is nu duidelijk. Met een tang pak ik het harde dat in de wond zit vast en trek. Het blijkt de stokpunt van tien centimeter te zijn. Soepel komt  de stok uit de wond.
                                                   

Bij de reconstructie van het ongeluk kan ik maar tot één conclusie komen. De stok was bij het neerkomen in de geopende bek van Jack geschoten en halverwege de hals afgebroken. De punt was diep in het lichaam verstopt terwijl de rest via de hals naar buiten scheurde om zo de verwonding op de schouder te veroorzaken. Bijzonder dat de stok bij de toch zeer nauwkeurige eerdere inspecties van zowel mij als mijn collega, niet was opgemerkt.  Wetend hoeveel belangrijke structuren er op die plek in de hals lopen is het ongelooflijk dat er niet meer schade was ontstaan. 

De stok moet mee naar huis als reminder. Gooien met een stok kan best gevaarlijk zijn !



Wat zegt u???
“En hij had er nog geen twee minuten voor nodig”!!! Terneergeslagen probeert de jonge vrouw de oosterse korthaar op de tafel te houden maar de kater denkt daar duidelijk anders over. Hij onttrekt zich aan haar zorgzame handen, wurmt zich onder haar armen door en doet verwoede pogingen om van de behandeltafel via de grond op waarschijnlijk de brede vensterbank te komen. Als mevrouw het diertje even loslaat is het dan ook zover en in minder dan een seconde staat hij rechtop tegen het glas en bestudeert de mogelijkheid om via wellicht een opening in de doorzichtige barrière te verdwijnen. "Hè, toe nou"  roept het bazinnetje, terwijl ze de woelwater weer op de tafel zet "luister nou even en doe eens rustig". Helaas lijkt het dier de smeekbede van de eigenaresse niet te (willen) horen. De strijd begint opnieuw. 

                                                  

Onder het oor zie ik een gapend gat in de huid. De helft van de operatiewond, de wond die ik een dag eerder met veel zorg en aandacht  had gesloten, was weer van elkaar gespleten. Met verwoestende kracht had de kater zijn achterpoot in de, waarschijnlijk wat irriterende, wond gezet. De helft van de hechtingen was losgescheurd. Het baasje is duidelijk bezorgd over het welslagen van de ingreep nu deze complicatie zich heeft voorgedaan. En om heel eerlijk te zijn maak ik me ook wel wat zorgen. Het kan zijn dat ook de dieper liggende kraakbeenlaag losgetrapt is, de kraakbeenlaag die een onderdeel van de gehoorgang is. Tijdens de operatie van de dag ervoor was deze laag in de lengterichting gekliefd om zo de toegang tot het trommelvlies te vergemakkelijken. 

De gehoorgang van hond en kat kent een verticaal en een horizontaal deel. Hierdoor is het best lastig om operaties bij het trommelvlies uit te voeren.  Vlak voor het trommelvlies van de kater was  enkele weken ervoor een tumoreuze massa gezien. Omdat er altijd het risico van een kanker is heb ik eerst een klein stukje van de tumor met een speciale biopteur, een soort van weefselhappertje, afgenomen en opgestuurd naar een laboratorium voor weefselonderzoek. De uitslag was gunstig. De tumor bleek een poliep te zijn die veroorzaakt werd door een chronische ontsteking in de neusholte. Vanuit de neus, via de buis van eustachius en het middenoor was het goedaardige ontstekingsweefsel door het trommelvlies naar buiten gegroeid. Het gevolg was een vervelende pussende ontsteking waardoor er niet alleen steeds een vieze prut uit het oor liep maar waardoor ook een vervelende geur om de kat hing. 
                                                       
Tijdens de operatie heb ik  het verticale deel van de gehoorgang opengelegd en de tumor met een poliepentang uit het oor getrokken. De operatie was prima geslaagd. Behalve een gapend gat in het trommelvlies daar waar de poliep doorgegroeid was zag het operatiegebied er prachtig uit. Met knoophechtingen van oplosbaar hechtmateriaal heb ik de weefsels weer netjes bij elkaar getrokken. Maar mijn met zorg en aandacht aangebrachte hechtingen waren nu dus door het dier zelf weer verwijderd. Ik inspecteer de de wond en met name het trommelvlies. Ik kan het baasje geruststellen. Alleen de huid en een klein deel van het kraakbeen was los maar het trommelvlies zag er nog steeds prachtig uit.  Helaas is er nu weer een roesje nodig om de hersteloperatie mogelijk te maken.   
                                            
Na een half uurtje is de wond weer in zijn oorspronkelijke toestand gebracht en kan ik de opnieuw gehechte kat afleveren. Voor nu moet ik helaas toch maar een kraag voorschrijven. Een grote straf die de kater in zijn vrije beweging flink zal beperken. 

Maar ja, wie niet horen wil..... 



"Maar alleen als het heet is"!!

En wat is het de laatste paar weken heet geweest. Heerlijk!!  Lekker bakken onder een strakblauwe hemel en een goudgloeiende zon. Biertje, ijsje, terrasje. En vooral veel relaxen. Wat doet de zon een mens toch goed. 

                                        

Meestal staan we er niet zo bij stil,  maar de zon en de hitte kunnen ook vreselijk slopend zijn. Zowel voor mens als voor dier. En zeker voor zieken en/of ouderen kan de hitte van aangenaam snel naar ondragelijk omslaan. De warmte kan zelfs door oververhitting fataal verlopen. Een hond in een afgesloten auto in de zon of een konijn in een hok op het achterplaatsje, zonder beschutting, kunnen daardoor de dood vinden. Maar ook minder ernstige bezwaren kunnen het welbevinden van mens of dier ernstig aantasten.

                                                                                                                             

Zo werd mij laatst een mopshond aangeboden met een forse benauwdheid. “Maar alleen als het heet is”,  zo verzekerde de eigenaar mij. En inderdaad stond het diertje op die bewuste, zonovergoten zaterdagochtend, met een enorm reutelend bijgeluid tijdens het inademen, lijdzaam op de behandeltafel te wachten. Het tekort aan zuurstof had elke vorm van activiteit gesmoord. Niet dat de tong al blauw aan het worden was, een signaal dat kortademigheid overgegaan is in benauwdheid, maar er was wel een totaal onvermogen tot enige inspanning. Als ik goed luister komt het bijgeluid diep uit de keel. Bij het luisteren van de longen denk ik daar geen afwijking te horen, maar door het enorme bijgeluid wat uit de keel komt, kan ik dat niet zo goed beoordelen. Er is geen echte koorts hoewel de temperatuur wel wat aan de hoge kant is, waarschijnlijk door de inspanning van de versnelde ademhaling. 

Ik besluit de keel  nader te onderzoeken. Na een verdovingsprikje  en wat ondersteunende zuurstof heb ik de mogelijkheid het strottenhoofd en de luchtpijp aan een grondig onderzoek te onderwerpen. Wat ik zie is een schrikbarend maar wel bekend probleem bij de kortsnuiten zoals buldoggen en mopshonden. Door een te nauwe en te korte keelholte zuigt het arme dier tijdens een heftige ademhaling het achterste, zachte deel van het verhemelte in de luchtpijp. Met grote moeite moet de lucht langs dit obstakel naar binnen worden getrokken met het enorme bijgeluid en benauwdheid als resultaat. Bij de inspectie van de luchtpijp door middel van een scoop, constateer ik dat deze mooi rond van vorm is zodat ik kan uitsluiten dat de oorzaak van het probleem daar gezocht moet worden. De enige oplossing is een operatie.

                                           

We brengen een tube in de luchtpijp om ervoor te zorgen dat de zuurstofvoorziening tijdens de operatie optimaal is. Het beademingsapparaat suist geruststellend. Als eerste beoordeel ik hoeveel het zachte verhemelte te lang is. Hij mag niet meer in de luchtpijp gezogen kunnen worden maar moet wel in ruststand zijn afsluitende functie naar de mondholte uitoefenen. De plek waar de snee moet komen markeer ik door met een pincet een klein wondje in het zachte verhemelte te knijpen. Met een nat gaasverband laat ik het te lange deel van het verhemelte naar mij toegekeerd zijn. Vanaf de markering knip ik voor en achterzijde van het te lange deel symmetrisch in en verwijder het. Gebruik makend van een oplosbare hechtdraad sluit ik, met een vijftal knopen de wond. Zo op het oog een prachtig resultaat. In ieder geval is er na de operatie geen bijgeluid meer te horen. De toekomst zal leren of er voldoende weefsel verwijderd is.

En nu maar hopen dat we nog een aantal lekkere hete dagen tegemoet gaan. Hete dagen waar onze mopshond dan zonder benauwdheid van kan genieten.



Een afgescheurde traanbuis
Met tranen in de ogen komt de mevrouw de wachtkamer binnensnellen. In haar armen heeft ze,  een voor haar eigenlijk net te zwaar om te tillen, Rhodesian Ridgeback pup. 
                                     
Het diertje kijkt me met open, verwachtingsvolle ogen aan. Ze lijkt zich niet bewust te zijn van de enorme verwonding die er aan haar linkeronder ooglid zit. Een afgescheurde flap hangt  vanaf de ooghoek aan flarden naar beneden. Bloed druipt traag en gestaag langs de linkerwang naar beneden en geeft het totale plaatje een horrorachtig beeld.  Ze was op visite bij een gezin waar een oude, dove, blinde en door het leven getekende, chagerijnige oude Herder huisde. De pup had van de situatie nog niet zoveel kaas gegeten en wilde spelen. De oude teef wilde dat haar oude, stramme lijf met rust gelaten werd en haalde uit. Iets te fel, iets teveel. Het resultaat staat op tafel. Veel hoef ik hier niet over te zeggen, dit moet gehecht worden. 

Ik onderzoek het diertje die in een blakend gezondheid blijkt te verkeren. Hart, longen, slijmvliezen alles is oke. Een prikje in de bil en na vijf minuten ligt de pup te snurken op tafel.  De plek waar de beschadiging zit had niet beroerder kunnen zijn. Vanuit de binnenooghoek loopt een gesplitste scheur ongeveer 1 centimeter naar achter. 
                                                   
Na goed zoeken kan ik in de flap het begin van de traanbuis vinden. Een in die buis gestoken sonde komt in de scheur naar buiten. Zou ik de flap gewoon dichthechten dan zal de traanpassage ernstig bemoeilijkt, zo niet onmogelijk worden. Weliswaar zit er ook een afvoer in het bovenooglid maar of die voldoende zal zijn voor een goede traanafvoer is de vraag. Ik zoek een nylon draad van de goede dikte uit mijn dradenassortiment. Als ik de juiste gevonden heb kan ik die in de traanbuis rijgen en vervolgens de afvoer naar de neus opzoeken om daar ook een uiteinde van de draad in te steken.  Als alles goed op zijn plek zit hecht ik de ooglidrand weer vast met een minuscuul dun draadje. Elke steek wordt op zijn cosmetische effect beoordeeld. Drie keer zint het me niet hoe de wond dichtvalt en verwijder ik die hechtingen weer om steeds een betere in- en uitsteekplek te vinden.

Het uiteindelijke resultaat mag er zijn. Alleen aan de blauwe nylon draad zie je dat er iets met de pup aan de hand is. En natuurlijk aan de kraag die noodgedwongen om moet. Want als de pup het nylondraadje eruit wrijft zal waarschijnlijk de rest van haar leven de dikke tranen over haar wangen biggelen. Tranen die niet, zoals ondertussen bij de geschokte eigenaar die het prachtige resultaat beoordeelt, vanzelf zullen verdwijnen.



De boze mevrouw
De mevrouw tegenover me is boos. En niet het een beetje geïrriteerd zijn van iemand voor wie de dingen niet helemaal gaan zoals ze graag wil, nee ze is gewoon boos. Ze vindt het grote onzin dat er voor de behendigheidscursus van haar hond een onderzoek van hart, longen en bewegingsapparaat, met rontgenfoto van de heupen, gedaan moet worden. En in het verlengde van haar boosheid helpt ze dus ook niet mee. Ze helpt niet mee met het vasthouden van de duitse staande teef, ze helpt niet met het op de tafel tillen en ze helpt al helemaal niet met het proberen de toch wel wat zenuwachtige hond op zijn gemak te stellen. Nu zijn mijn assistentes supermeiden dus meestal redden we het ook wel zonder de medewerking van de eigenaar. Wel heb ik medelijden met het arme dier dat zonder support van het baasje zich in een positie moet laten manouvreren die toch wel wat intimiderend is. 

We maken de Röntgenfoto en ik ontwikkel de plaat in de donkere kamer. Als ik met de nog natte foto de wachtkamer binnenkom zit ze met armen en benen stijf over elkaar naar buiten te staren. Onwillig loopt ze mee naar de lichtbak en ik bespreek het resultaat met haar. De heupen zien er goed uit. Helaas is dat voor haar alleen maar een bevestiging van haar overtuiging dat het onzin is die we met zijn allen aan het uithalen zijn. Toch een beetje een bevreemdende situatie, het resultaat van het onderzoek is positief maar het baasje is ontevreden. En u begrijpt dat het afrekenen van het onderzoek en de foto, olie op het vuur van het humeur van mevrouw is. Ik heb geprobeerd haar uit te leggen wat de achtergrond van het onderzoek is maar het was als tegen dovemans oren gepraat. 

Onder het kopje thee evalueer ik het gedoe met de assistente die uiterst verbolgen is over zoveel onvriendelijkheid.
Waarom onderzoek? Omdat een hond graag doet wat we van ze vragen, ze hebben als het goed is een grote “will to please” . Als we met ze gaan sporten moeten we dus weten of dat veilig is. Wijzelf kunnen voelen wanneer we te ver gaan en dan maatregelen nemen, maar van onze sportende hond weten we niet wanneer ze zichzelf aan het forceren zijn, dat zien we pas als het te laat is. Natuurlijk kun je met een simpel onderzoek volstaan maar de kynologenclub bij ons in de buurt wil ook een rontgenfoto van de heupen. En dat is vanuit kwaliteitsoverweging een goede zaak. Daar waar onderbenen, knie, elleboog en schouder goed te onderzoeken zijn is dat voor de heup veel moeilijker. Dit door de dikke spiermassa die zich daar bevind. 

Enkele weken later wordt de zienswijze van de kynologenclub bevestigd. Samen met een eigenaar kijk ik naar de röntgenfoto met daarop duidelijk de veel te losse heupen en de beginnende artrose aan de randen van het gewricht. “Nooit iets van enige afwijking in de heupen gemerkt” zegt ze. Ik geef als advies om veel met de hond te gaan lopen en fietsen maar dat de behendigheidscursus  niet gewenst is. 

Terwijl Ik de foto aan de assistente laat zien merk ik op dat we eigenlijk de boze mevrouw zouden moeten bellen om haar de foto te laten zien. Maar denkend aan haar reactie van toen doe ik het toch maar niet. Nou ja dan....., alleen nog even een lange neus door middel van dit stukje tekst. 



Bergafwaarts

Omdat het baasje naar de sneeuw is wordt de zieke Flatcoat Retriever aangeboden door de oppas. De hond is al wat ouder en daarom de laatste tijd niet meer zo snel. Maar vanaf de lunch is hij toch wel erg snel minder geworden. Suffer, slomer, kortom er is duidelijk iets niet goed. De oppas voelde zich wat ongemakkelijk met de plotselinge omslag in welbevinden van de hond maar na een telefoontje met het baasje, lang leve de mobiele telefoon, is hun onrust verminderd, ze hebben toestemming om een afspraak met de praktijk te maken. 

Het is ondertussen vier uur in de middag van een super drukke dag. De lunch was opgesoupeerd door een heup uit de kom en aangezien ik niet ontbijt (foei!! ik weet het) zag ik het gevaar van een avondmaaltijd die naar de knoppen gaat, opdoemen. Ik start het onderzoeksprotocol: ademhaling, pols, temperatuur, huid/beharing/hoornige structuren, slijmvliezen en lymfknopen, een afvinklijstje, bedoeld om alle onderdelen van de zieke patiënt onder de aandacht te krijgen. De bevindingen zijn: iets iets bleke slijmvliezen, vrij vocht in de buikholte en een zeer zwakke pols bij een normale hartslag met een frequentie van 80 slagen per minuut. Geen koorts waardoor een infectie wat minder waarschijnlijk is.

Onwillekeurig is het tijdsstip van de dag en de gemiste lunch de reden een hartfalen op nummer één van het lijstje mogelijke oorzaken te zetten. Vrij vocht in de buikholte door stuwing, iets bleke slijmvliezen door een verminderde doorbloeding en een zwakke pols door het gebrek zelf. Ik heb mijn vermoeden al uitgesproken en de medicijnen gepakt als plotseling mijn onderbewuste me bij mijn vermoeide lurven pakt en me toeroept "onderzoek afmaken!!" dus zeg ik tegen de oppas dat ik de buikholte toch maar even ga aanprikken. Het soort vocht dat ik uit de buik kan halen geeft extra informatie over de mogelijke aandoening. Ik scheer de buik bij de navel en desinfecteer de huid. Een drie centimeter lange naald prik ik in de buikholte en zuig het vocht op.

Bloed, puur bloed!!

Meteen weer op scherp!!. Ik overleg met de oppas over deze uitslag. Een bloeding in de buikholte kan fataal verlopen dus de patiënt moet open en de bloeding moet opgezocht en gedicht worden. Opnieuw brengt de mobiele telefoon uitkomst en na contact met het baasje, die net van de berg naar beneden was geskied, heb ik het fiat om te gaan opereren. Helaas is de uitslag van de operatie niet gunstig. In de lever zitten uitzaaiingen van een bloedvattumor en het klappen van een van die groeisels was de reden dat het met de Flatcoat zo snel bergafwaarts was gegaan. Ik kan niets meer voor de hond betekenen anders dan het lijden te stoppen en de narcose zo diep te maken dat er een ademhalings- en hartstilstand optreed een handelen die ik vooraf met de eigenaar had afgesproken.

En zo komt de dubbele betekenis van "bergafwaarts" wel erg schrijnend bij elkaar.


Los Processus Anconeus in de elleboog van een Grote Sennenhond
Met ongebreideld enthousiasme komt de Grote Sennenhond de wachtkamer binnenlopen. In jeugdige overmoed springt hij tegen de baas, een assistente en mijn persoontje op. Als hij ook nog een andere cliënt wil begroeten door zijn grote poten over de schouders van deze persoon te gooien wordt hij met een ferme ruk tot rust gemaand. Niet dat de hond zich van de correctie veel aantrekt overigens. Mevrouw kijkt me een beetje schuldbewust aan en vertelt dat het met het rustig houden van LOBBES niet zo heel erg goed gelukt is. Als ik de puber, die onderzoekend door de spreekkamer struint, aankijk begrijp ik haar opmerking maar al te goed. 

Het probleem waar mevrouw mij twee weken terug voor consulteerde was een plotseling opkomende kreupelheid aan het linker voorbeen. Aangezien ik bij onderzoek niet al te veel kon ontdekken, anders dan dat er bij het  manipuleren van de elleboog een geringe pijnreactie bij de hond was op te wekken, was mijn eerste besluit om vijf dagen absolute rust en daarna vijf dagen beperkte beweging voor te schrijven. Ter ondersteuning van het bewegingsadvies had LOBBES een kuurtje met ontstekingsremmers gehad. Met die rust was het niet zo goed gelukt zo blijkt. De kreupelheid was wel minder maar zeker nog niet over. Aangezien er bij de grotere honderassen een aantal afwijkingen in de elleboog kunnen voorkomen die ernstig zijn besluit ik, samen met de eigenaar, een serie röntgenfoto's te maken. 

Ik breng een braunule, een plastic injectienaald met opzetstuk, in een groot bloedvat aan het rechter voorbeen en spuit hierin het narcosemiddel. Binnen een minuut ligt de grote LOBBES diep te snurken. Ik maak vier röntgen-opnames van de elleboog. Vier stuks omdat door de ingewikkeldheid van het gewricht er nogal veel overlap van botdelen is. Elke opname heeft een zodanige  positionering dat een beoordeling van een deel van het gewricht mogelijk is. En voor de zekerheid maak ik ook nog een opname van de schouder want ook daar komen nogal eens ontwikkelingsdefecten in voor.  

Als ik uit de donkere kamer kom met de natte foto ziet de eigenaar al aan mijn bezorgde gezicht dat er iets ernstigs aan de hand is. Ik laat een van de opnames van de elleboog zien, die waarop het afgebroken Processus Anconeus, een pinktop groot uitsteeksel van de ellepijp, goed te zien is.  Helaas voor haar en voor de hond is hier maar één oplossing voor: opereren. 

Een week later zet ik mijn scalpel in de huid van de slapende hond. De beademing sist rustig zijn, op druk gestuurde slagen zuurstof met narcosemiddel in de longen van de patiënt en de controleapparatuur laat mooie vlakke waarden van de lichaamstemperatuur, de hartslagfrequentie, het CO2 gehalte in de uitademingslucht en het zuurstofgehalte  in het bloed zien. De elleboog wordt aan de buitenzijde opengemaakt waarbij er extra aandacht geschonken moet worden aan een grote zenuw die in de buurt van de snijlocatie loopt. Het verwijderen van het losse stuk bot heeft nog wel wat voeten in de aarde maar na een poosje wroeten komt het stuk bot los en kan ik het uit het gewricht halen. Nadat de wond gesloten is mag de patiënt weer wakker worden. 

Twee weken later komt LOBBES voor controle. Met ongebreideld enthousiasme komt hij de wachtkamer binnenlopen. In jeugdige overmoed springt hij tegen de baas, een assistente en mijn persoontje op. 

Zo te zien heeft hij niet ernstig geleden onder de ingreep.  



Een terrier wil soms niet
Vandaag had ik een terrier op het spreekuur. Een open en vrolijk hondje. Kwam meteen op me af lopen, snuffelen en mijn handen likken. Hij heeft pijn in zijn bek vertelde de eigenaresse mij. Als hij iets oppakt geeft hij een gilletje en laat het soms weer uit zijn bek vallen. Ik zet de hond op tafel en wil in de bek kijken. Nou, vergeet het maar. Meteen veranderde het lieve hondje in een furie, vol van verzet, de tanden bloot en totaal verstijfd. Ik moet goed uitkijken anders vermorzelen die scherpe tanden straks nog mijn vingers

De eigenaresse kende haar hondje al een beetje dus stelde een verdovingsprikje voor maar ja, dat is natuurlijk ook niet geheel en al ongevaarlijk. Heel af en toe krijgenpatiëntenproblemen met narcose tot zelfs overlijden aan toe. De stelregel is dan ook dat we alleen narcose geven als het echt nodig is.

Ik houd het hondje stevig vast maar het lukt me niet om goed in de bek te kijken. Wel is de bek halfgeopend met de tanden ontbloot. Ik kan een stukje in de diepte zien maar daar is niet veel aan de hand. Misschien een rood plekje achter de bovenvoortanden. Laten we eerst maar even wat antibiotica en pijnstillers proberen stel ik voor, als het probleem maandag nog niet over is kunnen we altijd nog verder. De eigenaar gaat accoord. Als het hondje weer op de grond staat komt hij vrolijk kwispelend op mij af, snuffelen en aan mijn handen likken. Echt, hij was niet bang voor me, hij wilde alleen en gewoon zijn eigen zin doen en hij was niet voor rede vatbaar.

Heel soms zie je dat, alsof er twee hondjes in 1 zitten. Een hondje dat lief en meegaand is en een hondje dat weigert zich, niet voor rede vatbaar, aan het lijf te laten zitten. En in dit geval verdienen ze allebei respect.

De schouder eronder
Vol levenslust komt de dalmatiner binnenrennen. Alles en iedereen wordt besnuffeld, waarbij ongegeneerd ook de private delen van mij en mijn assistente aan een onderzoek worden blootgesteld. Zonder resultaat overigens. Even de knie omhoog en het dier weet dat dit gedrag net een tikje te levenslustig is. 
Hij loopt kreupel aan zijn rechter voorbeen weet de eigenaar te vertellen. Al een paar maanden. De eigen dierenarts, uit de noordkop van noord-holland, had al een aantal therapieën voorgeschreven maar die hadden helaas niet tot herstel geleid.

Ik lees de verwijsbrief door en zie dat er een wisselende kreupelheid aan de voorbenen is geconstateerd waarbij onderzoek niet een duidelijke locatie laat zien. Ik ga met het dier en het baasje naar buiten en laat hem een aantal keren het pad op en neer lopen. Niets te zien zegt de eigenaar teleurgesteld. Net hetzelfde als je naar de tandarts gaat, is je kiespijn ook over. Ik ben het niet met hem eens. Hoewel het heel gering is laat het dier voor mij wel degelijk een kreupelheid zien. Links! Als ik, weer in de spreekkamer, een speciale handgreep op de linkerschouder loslaat is het met de vriendelijkheid meteen gedaan. Een grauw naar achter moet duidelijk maken dat deze actie van mij niet gewenst is. Ik maak een röntgenfoto van de schouder en zie dat de achterrand van de schouderbladrand is afgebroken.

Dat wordt opereren. We maken een afspraak.

Een week later doe ik tijdens de operatie een schrikbarende ontdekking. De pezen en kapsels van de linker schouder zijn fors vergroeid. Enorme littekenweefselbalken, sommige met gaten erin, maken de operatie niet een van de makkelijkste. Het is duidelijk dat het dier een forse klap op zijn schouder moet hebben gehad. En ik kan mij, gezien de levenslust van het dier, wel voorstellen hoe dat gegaan is. In het bos in volle vaart op, om en over bosjes, takken en bomen rennend kan een bocht zo makkelijk verkeerd berekend worden. De klap tegen een boom wordt als eerste door de schouderpartij opgevangen. En deze klap was even te hard geweest. Ik snij al het overbodige weefsel weg en beitel het losse stuk bot van de achterrand van het gewricht. Gezien de ernst van het defect ben ik best tevreden over het resultaat. Maar hoe het uiteindelijke herstel zal verlopen gaat van het dier zelf afhangen.

Dus zou ik hem wel willen toeroepen: “kom op joh, schouders eronder”.

Probleem verholpen
Trots loopt de kwieke dame-op-leeftijd de behandelkamer binnen. Haar stokoude Cocker volgt haar gedwee. "Het gaat fantastisch" zegt ze terwijl ze naar haar hondje wijst. "En dat voor een tweede operatie in een half jaar tijd" vervolgd ze glunderend, "en zo goed hersteld, 't is echt heel bijzonder". Ik kan niet anders dan haar enthousiasme volmondig beamen. Waar een paar maanden terug een ontstoken baarmoeder moest worden verwijderd was nu een probleem met de anaalklieren de oorzaak voor een chirurgisch ingrijpen. 

Vandaag moet ik het herstel van de wond controleren en de hechtingen verwijderen. Ik trek een latex handschoen aan en bekijk en bevoel het gebied onder de staart, de plek waar de anaalklieren hebben gezeten. Door een smerig pussende ontsteking die niet meer op leegknijpen en antibiotica reageerde, waren deze geurklieren zodanig aangetast dat een operatie noodzakelijk was. Een vervelende operatie waarbij de sluitspier van de anus flink op zijn duvel krijgt. Soms zelfs zo erg dat na de operatie er een periode incontinentie van de ontlasting kan optreden. 

Ook een infectie van de operatiewond komt natuurlijk regelmatig voor omdat de wonden tot in de anus lopen. Maar een klein ontstekingsplekje bij de linkerwond is alles wat er aan complicatie is. En verder geen incontinentie verschijnselen, en ook geen nadelige gevolgen van de narcose. Rustig staat het beestje op tafel en laat mijn handelen in dit private lichaamsgebied vertrouwend toe. Het baasje kijkt me met blijde afwachting aan, benieuwd of ik net zo enthousiast en trots op het resultaat ben als zijzelf. Met een brede glimlach kijk ik haar aan en feliciteer haar met het resultaat. En misschien ben ik nog wel trotser op de enthousiaste reactie van het baasje dan op het resultaat van de ingreep.


De schrik van je leven.
Het was een operatie volgens het boekje. De binnenmeniscus was afgebroken en lag ergens halverwege de knie een beetje vervelend te doen. De beagle liep daarom ook erg beroerd, zoiets alsof je een steentje in je schoen hebt. Het doet niet loeipijn maar je kunt ook niet op je been staan. De spiermassa van de bil was al flink aan het slinken. Het wakkerworden na de operatie gaat netjes volgens protocol. De gasnarcose is ondertussen al een poosje niet meer aktief en de bewakingsapparatuur laat mooie regelmatige lichaamswaarden zien. Mooie rustige hartslag, koolzuurwaarden in de uitademingslucht prachtig rond de vier en zuurstofgehalte van het bloed op bijna 100%. 

Het beademingsapparaat maakt zijn rustgevend sissende slagen. De patiënt geeft nog niet veel teken van leven en het zelf ademen is nog niet op gang gekomen. Aangezien de prikkel om te gaan ademen het koolzuurgehalte van het bloed is, verminder ik het aantal keren beademen per minuut en laat de diepte van de inademing wat afnemen. Langzaam zie ik de koolzuurwaarde op het apparaat van vier naar even boven de zeven oplopen. Rustig wachtend op de eerste eigen ademhaling sta ik een beetje voor het apparaat te meimeren als ik plots, zomaar uit het niets, de lijn van de ECG op vlak zie gaan. Eerst is er het ongeloof, daarna een trage begripsvorming over wat ik zie en vervolgens een stoot adrenaline door mijn lichaam die de randjes van mijn oren doet gloeien. Stethoscoop op de borstkast van de hond: geen hartslag, kort bevel naar de assistente om een ampul efedrine te halen. 

Ik maak de patiënt los van de operatietafel en start de hartmassage. Tussen het masseren door luister ik of er al hartaktiviteit is en gelukkig hoor ik zo af en toe het hart van de hond zijn werk doen. Ik weet dat we nog niet in een fatale fase zijn. De vloeistof van een “wakkerwordenprik” en de inhoud van een ampul efedrine verdwijnen in de patiënt terwijl ik met regelmatige slagen de borstkast van de hond indruk en weer loslaat. Het zal een klein minuutje na de prikken geweest zijn dat het hondehart, net zo plotseling als hij er mee stopte, weer begint met kloppen, mooi regelmatig en krachtig. De hond opent de ogen en kijkt me verdwaasd aan. En ik kijk verdwaasd terug. Het lijkt wel of we ons allebei afvragen wat er in hemelsnaam gebeurd is.


De kater die linksom rondjes loopt.
Ik bedenk me wel een keertje voordat ik de grote cyperse kater uit zijn hok haal. Met de oren plat naar achter, de tanden voorwaarts ontbloot enmet een heftig blazend geluid maakt hij me duidelijk dat dichterbij komen een slecht idee is. "Hij heeft nu al vier dagen niet gegeten of gedronken en wordt wel erg slap" zegt de eigenaar, die wijselijk een stapje terug heeft gedaan. Hij kent zijn pappenheimers.
Ik demonteer het kattemandje en laat het dier voorzichtig op de tafel lopen. Al wankelend en zwalkend loopt het arme dier onbeheerst rondjes naar links. Er is duidelijk een evenwichtstoornis. Aangezien ik bij een voorzichtige inspectie van de ogen, een dier met hersenproblemen krijgt vaak afwijkende oogbewegingen, geen abnormaliteiten waarneem vermoed ik een probleem in het linker middenoor. Ik besluit het onderzoek voort te zetten nadat ik het dier een narcose heb gegeven. Als ik met de otoscoop, het moeilijke woord voor orenkijker, de gehoorgang inspecteer zie ik meteen de oorzaak van het probleem. Naast een hoeveelheid pus en vocht zie ik vanuit de diepte een roze bolletje in mijn blikveld opdoemen. Mogelijk groeit er een tumor vanuit het middenoor door het trommelvlies naar buiten. De tumor kan het middenoor afsluiten en daarmee het binnenoor, de plek waar de geluidswaarneming en het evenwichtorgaan zit, onder druk zetten. Als het evenwicht verstoord is denkt het diertje steeds dat hij naar links gaat vallen zodat hij dit corrigeert met een stapje naar links. Dit lost natuurlijk zijn gevoel niet op zodat hij opnieuw een stap naar links moet doen om zijn waarneming van omvallen te compenseren. Hierdoor gaat hij rondjes lopen naar de kant waar het evenwichtsorgaan verstoord is. De eetlust is weg omdat hij, door de evenwichtsverstoring erg misselijk wordt.
Met een biopteur pak ik het gezwelletje beet en met een voorzichtig draaiend/trekkende beweging verwijder ik zoveel mogelijk van de tumor. Een nabehandeling met een oorzalf zal, gezien het karakter van de kater, waarschijnlijk niet lukken zodat ik een injektie met een antibioticum geef dat zeker 10 dagen werkzaam is.
"Laat hem maar rustig in zijn kooi wakker worden" laat ik de eigenaar weten, "zijn humeur zal na zo een ingreep waarschijnlijk niet beter geworden zijn".

Een rat!
U kent dat wel, een film waarbij mensen, voornamelijk vrouwen en kinderen, gillend en met verschrikte ogen langs de camera naar iets staren wat buiten het gezichtsveld is. Een beeld dat hen met afgrijzen vervuld. Het overzichtsbeeld van een ruime eetkeuken gaat over in het detail van een in een hoek geplaatste kast. Plots duikt het beeld naar beneden om de intense kraaloogjes van een grote bruine rat te onthullen. Een rilling loopt over de rug van de kijkers. Het afgrijzen wordt tot in het diepst van de ziel gevoeld. De kreet: “een rat!!!!” klinkt schril door de verstilde close-up van snuit met snorharen behorend bij dit meest verachtelijke knaagdier.
De rat heeft een slecht imago. Een stompe kop met intense kraalogen, een friemelend en altijd zoekende snuit en een lange ronde staart. Komend daar waar er voor deze opportunist de restjes voedsel voor het oprapen liggen heeft hij de naam een viespeuk te zijn. En de walging voor dit dier wordt door de meeste mensen niet onder stoelen of banken gestopt. Hoe jammer! De rat is een lief en sociaal wezen. In de aard erg vriendelijk en meegaand, waarbij de nieuwsgierigheid van een aandoenlijke kinderlijkheid is. Mensen die een rat als huisdier hebben begrijpen wat ik bedoel. En mensen die altijd op de rat hebben afgegeven als eng en vies maar door omstandigheden toch intensiever met dit huisdier in contact zijn gekomen, begrijpen nog beter wat ik bedoel.
Ik leef mee met het jonge stel dat bij me in de spreekkamer staat. Ik kan hun verdriet voelen en begrijpen. Hij, een stoere jongeman, probeert zijn tranen weg te drukken. Zij, de vriendin van een stoere jongeman haar arm om hem heengeslagen. Een niet op behandeling reagerende longontsteking was het diertje fataal geworden. De laatste injectie was pure genade. In hun armen het verstilde lichaam van hun lieveling. Een rat!!!!!

Het laatste tijdje
De teckel op tafel is oud. Heel oud. Door de jaren heen zijn er al flink wat slijtageverschijnselen opgetreden. De ogen staren, vertroebeld door de ouderdomsstaar, de wereld in. Het mummelbekkie mist het grootste deel van tanden en kiezen maar gelukkig hangt er een forse druipsnor overheen zodat het niet al te erg opvalt. Een paar jaar terug hebben we het gebit nog een keertje schoongemaakt. Het hondje voorzichtig onder narcose gebracht en alle rotte elementen verwijderd. De wortelpuntontsteking bij de bovenste hoektanden was zover doorgewoekerd dat het bot aangetast was. Bij het verwijderen werd er een doorgang naar de neusholte zichtbaar. Die groeit ook niet meer dicht. En allerlei corrigerende operaties zijn, gezien de conditie en de leeftijd van het hondje, niet meer zinnig. Zo af en toe blijft er wat viezigheid in de holte steken waardoor hij zich wat minder happy voelt. Ik peuter dan, voor zover de teckel dat toelaat, de troep eruit waarna het hondje zich duidelijk weer wat beter voelt. Onlangs was hij er weer en ik had mijn hand al aan de knop van de kast waar het peuterhaakje in ligt als een opmerking van de eigenaar me doet stoppen. “Hij drinkt wat meer, is niet zo fit, wil minder eten” zijn termen die in mijn medisch brein meteen andere diagnoses doet opborrelen. Ik breng het gesprek op verder onderzoek en gelukkig is de eigenaar hier meteen toe bereid. Het bloed dat ik afgenomen heb gaat naar een laboratorium in Duitsland. Als ik na een paar dagen de uitslag lees ben ik blij dat mijn intuïtie juist was. De leverenzymen zijn verhoogd wat duid op een beschadiging van deze cellen. Kan evengoed nog van alles zijn. Ontsteking, leververval en kanker komen tenslotte alle drie regelmatig voor. Voor de eerste twee aandoeningen hebben we nog wel wat medicijnen, maar als de derde ziekte de oorzaak van de klacht is, is er meestal geen hoop meer voor de patiënt. We besluiten om eerst met medicijnen aan de gang te gaan in plaats van verdere onderzoeken naar wat er precies met de lever aan de hand is. En nu staat hij op tafel. Een stralende eigenaar staat achter hem. “In maanden is hij al niet meer zo fit geweest”, “gaat lekker mee uit” en “heeft veel meer zin in eten” is het antwoord op de vraag hoe het gaat. Ik ben blij voor het hondje. Want al ben je dan nog zo oud, het laatste tijdje hier op aarde mag best wel een leuk en plezierig tijdje zijn. Ja toch?


Praktijk Akersloot
Koningsweg 1
1921 AS Akersloot
T: 0251-315519
Praktijk Heiloo
Commandeurslaan 1
1851 XP Heiloo
T: 072-5331606